Actualiteiten
Landbouw-Service protesteert tegen de nieuwe wetgeving over uitzonderlijk vervoer
Vanaf 1 juli 2010 werd de nieuwe wetgeving uitzonderlijk vervoer van kracht. Daarbij worden vier categorieën van uitzonderlijk vervoer onderscheiden.
Landbouw-Service, de enige beroepsvereniging van loonwerkers kant zich tegen deze nieuwe reglementering, die eerder ruikt naar het instellen van een nieuwe taks. Bovendien hebben begeleidende voertuigen ook een kostprijs, die naar de opdrachtgever (de landbouwers) moet doorgerekend worden.
Landbouw-Service betreurt dat zij niet gehoord werden bij de totstandkoming van dit Koninklijk Besluit. Daarom vraagt Landbouw-Service een nieuw overleg met de bevoegde minister. In de eerste plaats wordt een uitstel van de invoegetreding gevraagd met één jaar, zodat alle loonwerkers zich in orde kunnen stellen met de nodige vergunningen en signalisatie. Landbouw-Service kijkt daarbij naar het Franse voorbeeld, waar er geen gebruik wordt gemaakt van een vergunning uitzonderlijk vervoer, maar voor een specifieke vergunning “convoi agricole”.
Vanaf 1 juli 2010 werd de nieuwe wetgeving uitzonderlijk vervoer van kracht. Daarbij worden vier categorieën van uitzonderlijk vervoer onderscheiden. Voor de landbouwmachines en tractoren die in de landbouwsector worden ingezet, zijn volgende categorieën van belang:
-
Categorie 1: landbouwvoertuigen met een breedte van minder dan 3,50 m. Hiervoor kan men een vergunning bekomen voor 5 jaar, deze kost 75 euro;
-
Categorie 2: landbouwvoertuigen met een breedte tussen 3,50 m en 4,25m: vergunning mogelijk, jaarlijks te vernieuwen aan 75 euro per jaar;
-
Categorie 3: transporten van ondeelbare stukken met breedte van meer dan 4,25 m: vergunning mogelijk voor 4 maanden, kost 113 euro;
-
Categorie 4: niet van toepassing in de landbouwsector.
Naast een aantal formaliteiten van verlichting en signalisatie van het voertuig, moet er ook een begeleidend voertuig zijn.
We benadrukken evenwel dat voertuigen en machines die ingezet voor land- en tuinbouwactiviteiten zonder vergunning van uitzonderlijk vervoer op de baan komen mogen tot een breedte van 3 m
Landbouw-Service, de enige beroepsvereniging van loonwerkers kant zich tegen deze nieuwe reglementering, die eerder ruikt naar het instellen van een nieuwe taks. Bovendien hebben begeleidende voertuigen ook een kostprijs, die naar de opdrachtgever (de landbouwers) moet doorgerekend worden. Het inkomen van de landbouwsector vertoont reeds jaren een dalende trend.
De chauffeurs van deze begeleidende voertuigen hebben veel verloren uren, uren die zij in de wagen moeten doorbrengen tot de landbouwmachines terug op de openbare weg komen. Dit stelt zeker problemen bij landbouwwerken op kleinere percelen.
Daarnaast zijn landbouwwerken gekoppeld aan de weersomstandigheden, waardoor landbouwwerken geen weken op voorhand kunnen worden ingepland. Bij goed weer, moeten plots alle machines ingezet worden, meestal worden de landbouwwerken slechts enkele uren op voorhand gepland, waardoor het onmogelijk wordt om op deze korte termijn nog chauffeurs voor de begeleidende voertuigen te vinden.
Landbouw-Service betreurt dat zij niet gehoord werden bij de totstandkoming van dit Koninklijk Besluit. Daarom vraagt Landbouw-Service een nieuw overleg met de bevoegde minister. In de eerste plaats wordt een uitstel van de invoegetreding gevraagd met één jaar, zodat alle loonwerkers zich in orde kunnen stellen met de nodige vergunningen en signalisatie. Landbouw-Service kijkt daarbij naar het Franse voorbeeld, waar er geen gebruik wordt gemaakt van een vergunning uitzonderlijk vervoer, maar voor een specifieke vergunning “convoi agricole”.
